1 was gevoelig voor geluid, met name op tijdstippen dat hij wilde gaan slapen, en kon uren wakker liggen van zwaar ademende bedgenoten, het getik van > > >
2 had moeite om arrogante mensen te woord te staan en bespeurde bij zichzelf de neiging zich daarom volgzaam op te stellen bij hautaine smoelen. Bij autoriteiten > > >
3 had een sterke weerzin tegen het afhandelen van allerhande praktische zaken, zoals het opbellen van zijn huisbaas, het invullen van de belastingpapieren, het aannaaien van > > >
In 4 huisde een flinke dosis agressie, en hij koelde die woede bij voorkeur op onschuldige objecten: de afzuigkap waaraan hij zojuist het hoofd gestoten had, de agenda die > > >
5 kon moeilijk toegeven ergens slecht in te zijn en geloofde dat hij een bepaalde vaardigheid hoogstens voorlopig ontbeerde. Zijn grootheidswaan vermomde > > >
6 was zestien was toen hij door zijn zusje betrapt werd terwijl hij in zijn kamer met haar My Little Pony-meetlat > > >
Als er niemand meer is om wie denken te kunnen geven, dan begint het treuren om onszelf. 7 wist dat > > >
De uitverkoop – sales, solden, alles moet weg – bracht het slechtste in 8 naar boven. Met elk kleedhok dat hij bezocht nam zijn hartslag toe, verwijdden zich > > >
9 neigde ertoe dingen te vergeten of te laten liggen, zoals ooit in de trein van Roosendaal naar Antwerpen de nieuwe Italiaanse schoenen van > > >
Dyslexie nam bij 10 zeer lichte vormen aan – zo wilde hij het tenminste graag zelf weten. Het D-woord stelde > > >
11 kon slecht tegen kritiek. Tenminste, dat beweerde hij bij sollicitatiegesprekken als hij gevraagd werd een slechte eigenschap van > > >